1. Schaaklessen verhogen schoolprestaties - Schaken met plezier - schaken op school

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Schoolschaken > Onderzoeken


SCHAKEN MET PLEZIER
schaken op school

Schaaklessen verhogen schoolprestaties

Auteur: Marcel Wilmet

Proef bij 40 scholieren (11-12 jaar) te Assenede (1981)
Schaaklessen verhogen schoolprestaties


Kinderen die op school schaakles krijgen, hebben een troefje voor op hun kameraadjes die deze denksport-bij-uitstek in 't geheel niet kennen. Het schaakspel blijkt namelijk een onmiskenbaar gunstige invloed te hebben op de denkprestaties van jonge kinderen.
Dit is een van de heel interessante besluiten, die twee onderzoekers van de Gentse Rijksuniversiteit afgeleid hebben uit een diepgaande steekproef bij een veertigtal leerlingen van 10 tot 12 jaar oud.
De twee vorsers, professor Leni Verhofstadt-Denève en licentiaat Johan Christiaen, testen de effecten van het schaakspel uit in twee parallelklassen vijfde studiejaar in een lagere school te Assenede. Twintig leerlingen werden er gedurende anderhalf schooljaar intensief opgeleid in schaken. Hun twintig kameraadjes uit dezelfde klassen werden niet bij het experiment betrokken.
Reeds na enkele maanden bleken de twintig schakertjes het op school beter te doen dan hun medeleerlingen. Ook bijkomende proeven en tests wezen in die richting.
Een boeiend experiment in elk geval, maar welke lessen durfden de twee Gentse onderzoekers er eigenlijk uit trekken?

In het laboratorium voor Experimenteel. Differentiële en Genetische Psychologie van de R.U.G. praatten we daarover met prof. Verhofstadt-Denève en lic. J. Christiaan.
Hun onderzoek heeft al heel wat belangstelling gewekt in het buitenland. Vooral in Nederland, waar schaken een nationale hobby is en waar kinderen allang het spel als keuzevak kunnen kiezen op school. Maar ook in de Verenigde Staten maakte deze steekproef in het Oostvlaamse Assenede enige ophef. De hele studie over 'de invloed over het schaken op de denkprestaties werd er reeds vertaald en verspreid door de gezaghebbende American Chess Foundation.

Drie vragen

Hoe zijn jullie eigenlijk op het idee gekomen om precies dit soort effect te onderzoeken?
Johan Christiaen: Uit de vakliteratuur blijkt dat er een enorme interesse bestaat voor de effecten van dit spel op de geestelijke prestaties van de mens, en meer bepaald van het kind. Er zijn talrijke theoretische studies aan het onderwerp gewijd. Een schaker is immers iemand die bij het spel hypothesen uitstippelt en deze vervolgens op het bord aan de realiteit toetst. Intuïtief hebben verscheidene vorsers verondersteld dat deze denkwijze een gunstige invloed moest hebben. Er is echter zo goed als geen praktisch onderzoek in die richting verricht. Wij vonden dat er op het terrein wat moest verkend worden.
Prof. Verhofstadt-Denève: "Wij wilden drie vragen beantwoorden: heeft het schaken effect op de schoolprestaties? heeft het effect op de intellectuele prestaties in het algemeen? en heeft het effect op de cognitieve ontwikkeling, zoals de denkpsycholoog Piaget het stelde?"
Dit derde punt moet ik even verduidelijken. Piaget heeft beschreven hoe het kind zich doorheen stadia geestelijk ontwikkelt. Een belangrijk moment in deze ontwikkeling is de overgang van het concreet operationeel denken naar het formeel operationeel denken". Dat laatste betekent dat het kind - volgens Piaget ten vroegste vanaf zijn twaalfde jaar - leert werken met hypothesen. die het achteraf uittest. Wij wilden weten of het leren schaken deze ontwikkeling bij het kind zou versnellen."

Assenede

Dus hebben jullie kinderen uitgekozen die op het punt stonden dit stadium te bereiken?
Johan Christiaen: "Concreet hebben we uitgekeken naar leerlingen van het vijfde lagere studiejaar. We zijn ten slotte terecht gekomen bij de gemeentelijke jongensschool te Assenede, waar er zich twee parallelklassen van dat jaar bevonden. Dat was belangrijk voor ons, omdat onze proefgroep groot genoeg moest zijn en omdat we daarnaast nog een even grote controlegroep nodig hadden. In die school konden we werken met een veertigtal kinderen die gemiddeld 10 jaar en 7 maanden oud waren."
"Twintig jongens werden uitgeloot om deel te nemen aan het experiment. Wij kozen er dus zeker niet de beste uit. Daarna heb ik deze twintig leerlingen elke week 1 tot 2 uur schaakles gegeven. Dit gebeurde de vrijdagavond na de gewone lessen. Met de toestemming van het schoolbestuur en de ouders hebben we deze schaakles verplicht gemaakt. Mijn doel was namelijk de jongens een zo hoog mogelijk schaakpeil bij te brengen.
"Al na enkele maanden begon het schaakniveau bij de kinderen echt erg goed te worden. Ik organiseerde competities en ze kwamen onder meer uit tegen andere jonge schakers, uit Nederland. Onze schakertjes leerden zeer enthousiast en met zeer goede resultaten."
Waren er bij de aanvang schakers in die klassen?
Johan Christiaen: "Geen enkele, en dat was voor ons een meevaller. Zo konden we het effect van de schaak lessen gemakkelijker opsporen."

Proeven en tests

Hoe hebben jullie dat effect eigenlijk kunnen meten?
Prof. Verhofstadt-Denève: "In de eerste plaats beschikten we over de schooluitslagen van het vijfde en later van het zesde studiejaar. Deze waren in de vijfde spectaculair te noemen. Bij de eerste examens presteerden de schakers voor alle proeven beter. Hun gemiddelde prestatie was merkwaardig verbeterd ten opzichte van de groep niet-schakers."
"Het klinkt misschien een beetje gek. maar dit verschil tussen beide groepen bleek minder groot bij de eindresultaten van het zesde studiejaar. Nadat dus onze schakertjes een jaar langer hadden leren schaken. Niettemin deed de schakersgroep het nog altijd beter, zij het minder opvallend."
Een tweede vergelijkingsmogelijkheid werd ons geboden door de tests in het P.M.S.-centrum. Deze werden afgenomen door personen die totaal niets afwisten van ons experiment. En weer bleken onze schakers het beter te doen dan hun medeleerlingen. Het verschil was niet duizelingwekkend weliswaar, maar toch. ze waren iets beter.
"Ten slotte hebben we de twee groepen ook onderworpen aan een aantal proeven. die Piaget zelf had ontworpen om het cognitief niveau van kinderen te kunnen bepalen. Hier was het verschil tussen schakers en niet-schakers het kleinst. Desondanks was de proefneming andermaal interessant voor ons, omdat we merkten dat bepaalde Piaget-proeven beter waren opgelost door de goede schakers dan door de zwakkere spelers.".

Aangeraden spel

Al bij al positieve aanwijzingen. Hoe werd het experiment onthaald in wetenschappelijke kringen?
Prof. Verhofstadt-Denève: De belangstelling was zeer groot. Vanuit Nederland werden wij onder meer gevolgd door Adriaan de Groot, hoogleraar in de psychologie en zeer bekend in schaakkringen. Er bestond een duidelijke behoefte aan een dergelijk terreinonderzoek. Ons onderzoek werd ook kritisch onder de loep genomen. Zo werd er ons op gewezen, dat de leerkrachten in de school van het experiment afwisten, zodat hun verwachtingen inzake de schoolprestaties van de schakers hoger kwamen te liggen. En dat zou de schoolresultaten kunnen beïnvloed hebben. We zijn deze kritiek niet zomaar uit de weg gegaan. maar voor ons was het wel belangrijk te onderstrepen dat de P.M.S.-proeven waren afgenomen door personen die helemaal los stonden van het onderzoek, en dat ze toch ook beter waren opgelost door de schakers.

Schaaklessen voor jonge kinderen worden dus een aanrader?

Prof. Verhofstadt-Denève: "Dat het schaakspel een positieve invloed heeft op de denkprestaties is volgens mij een zekerheid. Maar ik voeg er aan toe dat dit positief effect begrensd is. Schaaklessen produceren geen genieën. Het onderzoek zou wellicht moeten herhaald worden om uit te maken of andere schoolactiviteiten niet eveneens een gunstige invloed zouden kunnen hebben op de prestaties."
Marcel WILMET



http://schoolschaaksite.nl/page.php?al=schaaklessen-verhogen-schoolprestaties

http://www.schaakmeester-p.nl/psychologie.htm

 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu